Sterke werkwoorden bezorgen de NT2-leerder menig hoofdbreken. En niet alleen hem. Ik herinner me nog mijn zoontje van toen 3, die verontwaardigd riep: ‘Mama hij slaade mij!’ Ik lachte, keek hem aan, en vroeg: ‘slaade’? ‘Oh nee!’, riep hij bijna verschrikt, en zijn hersenen gingen bijna zichtbaar koortsachtig aan het werk. Hij begreep het al: we hadden hier te maken met een sterk werkwoord en dat vereiste een radicale omslag in de klank. Dus hij verbeterde zich snel: ‘slieg!’ Bijna goed. Ik moet daaraan denken als een van de cursisten van vanavond een dergelijke vondst doet. Het systeem kent voor hem bijna geen geheimen meer en hij heeft er duidelijk goed over nagedonken.
Auteur: Van taal en de dingen die voorbijkomen
In verband met wat?
De cursisten in de B1-groep hebben er vandaag niet heel veel zin in. De zon schijnt uitbundig en dat doet hij niet zo vaak in Nederland, weten ze inmiddels. De sfeer is wat lacherig dus ik zal ze vanavond niet met ingewikkelde grammatica lastigvallen en ze maar zo veel mogelijk met elkaar laten praten. In het Nederlands uiteraard. Ik kies een oefening waarbij ze elkaar vragen moeten stellen. De antwoorden moeten steeds het woord bevatten dat achter de vraag staat. Een van de vragen is: Waarom moet jij vandaag naar de politie? In het antwoord moet ‘ondervragen’ worden gebruikt en een cursist uit Oekraïne komt er maar moeilijk uit. Dat verbaast me een beetje. Ben ik wel een goede docent, vraag ik me af. Het zou er zo langzamerhand wel wat vlotter uit mogen komen. Maar het antwoord waar hij mee komt kan ermee door: “omdat de politie me ondervragen wil.” De Pool naast hem reageert onmiddellijk, kijkt zijn buurman met opgetrokken wenkbrauw aan en vraagt op barse toon: “In verband met wat?!” waarna ze beiden in de lach schieten. Ik doe met ze mee; zulk feilloos Nederlands horen we niet vaak in deze les.
Moeilijke vragen
Met een grote glimlach maar ook met opgetrokken wenkbrauwen kijkt de Portugees me aan. Verwachtingsvol. Hij wil best geloven dat het goed is hoor, wat ik daar zeg, maar waarom? Waarom zeg je bij de fietsenmaker: ‘Het zijn oude banden’? Er zijn toch twee banden? Ik begrijp de vraag eerst niet. Tot ik me realiseer wat hij bedoelt. Het woordje ‘het’ is niet op zijn plaats, vindt hij. Want ‘het’ is enkelvoud en banden zijn meervoud, dus dat is gek. In het Engels zeg je toch ook niet: it are old tires? Nee, dat klopt. Ik bevind me weer in de groep met internationale computerdeskundigen en meer dan wie ook willen zij weten wat de logica is. En weer weet ik het niet. Waarom mag dat eigenlijk? Ja, best gek nu je het zegt. Maar ja, het mag toch. Waarom? Ik zeg maar weer wat ik al zo vaak gezegd heb in deze groep: omdat Nederlands nu eenmaal geen vertaald Engels is. Sorry.
Waarom geen ‘hij wilt’?
Hij is mijn beste cursist in deze groep en hij komt uit Moldavië. Vastbesloten het Nederlands zo snel mogelijk onder de knie te krijgen, dus hij kent de regels al voordat ik ze überhaupt heb uitgelegd. Hij wilt, heeft hij in zijn huiswerkopdracht geschreven, en ik heb een streep door de -t gehaald. Verbaasd meldt hij zich bij me. Hoe zit dit? Is de regel bij zwakke werkwoorden niet dat je in de 3e persoon enkelvoud een -t achter de stam zet? Juichen – hij juicht, waaien – het waait. Waarom streep ik die -t achter wilt nu dan door? Hij roept me nog net niet streng ter verantwoording, maar het scheelt weinig. Alweer een uitzondering op alweer een regel, lach ik verontschuldigend. Maar hij vertrouwt het maar half en kijkt me onderzoekend aan: ken ik mijn eigen taal eigenlijk wel goed genoeg? Ik kom het steeds vaker tegen, en niet alleen bij buitenlanders. Ook Nederlandse studenten tonen zich in toenemende mate verbaasd als ik ze erop wijs dat hij wilt echt fout is. Huh? En natuurlijk kan ik dan verwijzen naar de historie. Lange tijd bestond er geen tegenwoordige tijd van het werkwoord willen. De enige vorm die er was, was hij wille. En dat betekende: hij zou willen, hij wenst. Later is Hij wil pas ontstaan. Een restje van hij wille. Maar waarom is dat in 2015 nog altijd reden om de -t weg te laten? Steeds meer jongeren gaan er niet meer in mee. En zoals dat gaat met taal: op een dag is Hij wilt goed. Maar dat kan nog wel 100 jaar duren. Voorlopig moet mijn Moldavische cursist onze inconsequentie nog maar even accepteren.
Redenen
Vanavond leg ik het meervoud uit. In het Nederlands maak je van een zelfstandig naamwoord meervoud door er -en of -s achter te plaatsen. Boek, boeken. Tafel, tafels. Verwachtingsvol kijken cursisten me aan: vertel even wanneer het één en wanneer het ander, dan is dat maar helder. Ik zet op het bord wat in de docenteninstructie van mijn methode staat. Daarin staat onder andere dat woorden op -en een -s krijgen. Dus jongen-jongens. Logisch. Je kunt moeilijk jongenen zeggen, lach ik. Het zou zijn alsof ik stotterde. Vriendelijk kijkt een jongen uit Polen me aan: dus het meervoud van reden is redens? Uuhh, nee. Dat is redenen. En teken is tekens? Ja, stotter ik nu toch, maar tekenen is ook goed. Waarom is dat zo, vraagt hij. Tja. De eeuwige vraag naar het waarom. Ik weet het niet. Alweer niet. Een regel zou in het Nederlands geen regel zijn, als er geen uitzonderingen op waren, lach ik maar weer. De Poolse jongen trekt een wenkbrauw op.
Een mol
Het is druk vanavond en vanuit het zaaltje waar we zitten klinkt het geluid van een geanimeerde personeelsborrel. Iedereen is met iedereen in gesprek. Want de opdracht die ik net gegeven heb is: bekijk de foto’s in het boek en vertel elkaar wat je ziet. Hoe beschrijf je de landschappen die je daar ziet? Ik loop rond, om vragen te beantwoorden en zo nodig in te grijpen als het ergens fout gaat. “Ik zie een mol”, zegt een Russische man met baard serieus tegen zijn Iraanse buurvrouw. Ze knikt. Het dringt langzaam tot me door. Zien ze een mol? Dat kan ik me niet voorstellen. Ik heb die foto’s toch goed bekeken. Maar ja, de Rus is inmiddels al bij de duinen, dus ik laat het gaan en loop door. “Achter het veld zie je een mol”, hoor ik nu ook een vrouw uit Wit-Rusland vertellen aan haar buurman uit Oekraïne. Hè? Alweer eentje? En ineens gaat mij een lichtje op, zoals dat heet. Een mol, twee molen. Logisch.
Welkom
(English text below)
Dit is de site van TaalGlobaal, onderdeel van TaalGewoon. TaalGlobaal gaat verder waar de inburgeringscursussen ophouden. We helpen professionals en expats verder op weg met de Nederlandse taal. Dat doen we op verschillende manieren.
TaalGlobaal geeft E-trainingen NT2 (Nederlands als tweede taal) aan mensen van over de hele wereld die één ding met elkaar gemeen hebben: ze willen zo snel mogelijk en zo goed mogelijk hun Nederlands verbeteren. Als gecertificeerde en ervaren NT2-docenten helpen we daarbij. E-trainingen zijn cursussen per e-mail. Ze zijn bedoeld voor wie al minimaal op A2-niveau is.
We doen ook een snelle tekstcheck voor iedereen die dat wil: ben je onzeker over je Nederlands en wil je graag dat iemand snel kijkt of je tekst in orde is? Mail hem dan aan ons, je hebt hem in no time weer terug met correcties. Duur is het niet!
Verder is er nog de individuele coaching per e-mail of tijdens persoonlijk contact. De deelnemer krijgt dan geen lessen, maar mailt ons eigen teksten, mails (of door ons verstrekte schrijfopdrachten) en wij kijken met hem mee: waar maakt hij nog fouten, wat gaat er nog niet goed en hoe komt dat? Wie voor coaching kiest, koopt vooraf een bepaald aantal uren in. Uiteraard is het altijd mogelijk om dat aantal uit te breiden. In een uur kunnen wij heel wat tekst bekijken en van commentaar voorzien.
Tot slot verzorgen we incompany NT2-trainingen. Dat doen we momenteel alleen online via Zoom of Teams. Daarbij richten we ons vooral op hogeropgeleiden, die het Engels (enigszins) beheersen. Van cursisten horen we geregeld dat we de ingewikkelde taal die het Nederlands is, helder kunnen uitleggen. Daarbij zorgen we in de trainingen altijd voor een goede sfeer, waardoor men zich veilig en vrij voelt. Want succes staat of valt met de durf om het maar gewoon te proberen. Belangstelling? Kijk eens rond op deze site en neem contact op voor een gratis en geheel vrijblijvende offerte voor een training.
Yolan Witterholt
Welcome
This is a website for people who want to improve their Dutch. Maybe you have already done a course, maybe even several, but the knowledge has disappeared a bit. Maybe you speak Dutch fine, but writing is not going so well. Or there is one grammatical issue that you still do not understand. We provide e-training, a quick check of a text you have written, individual coaching or in-company training to higher-educated newcomers and foreigners in the Netherlands. Look at the English pages for more information. (Maybe my English is not perfect, but don’t worry, my Dutch is ;-))
Yolan Witterholt