Welkom

Dit is de site van TaalGlobaal, onderdeel van TaalGewoon. TaalGlobaal geeft E-trainingen NT2 (Nederlands als tweede taal) aan mensen van over de hele wereld die één ding met elkaar gemeen hebben: ze willen zo snel mogelijk en zo goed mogelijk Nederlands leren spreken en schrijven. Als gecertificeerde en ervaren NT2-docenten helpen we daarbij. E-trainingen zijn cursussen  per e-mail. Je kiest zelf welke lessen je wilt doen.

Daarnaast is ook individuele coaching per e-mail of tijdens persoonlijke ontmoetingen mogelijk. Je krijgt dan geen lessen, maar mailt ons je eigen teksten, mails e.d. en wij kijken met je mee: waar maak je nog fouten, wat gaat er nog niet goed en hoe komt dat? Wie voor coaching kiest, koopt vooraf een bepaald aantal uren in. Uiteraard is het altijd mogelijk om dat aantal uit te breiden. In een uur kunnen wij heel wat tekst bekijken en van commentaar voorzien. Misschien wil je werkgever de coaching wel betalen.

Tot slot verzorgen we incompany NT2-trainingen. Daarbij richten we ons vooral op hoger opgeleiden, die het Engels al enigszins beheersen. Van cursisten horen we geregeld dat we de ingewikkelde taal die het Nederlands is, helder kunnen uitleggen. Daarbij zorgen we in de trainingen altijd voor een goede sfeer, waardoor men zich veilig en vrij voelt. Want succes staat of valt met de durf om het maar gewoon te proberen. Belangstelling? Kijk eens rond op deze site en neem contact op voor een gratis en geheel vrijblijvende offerte voor een training.

Yolan Witterholt

De wanhopige Engelsman

vraagteken 12De cursisten van de B1-groep wil er eigenlijk nog steeds niet aan dat het Nederlands geen vertaald Engels is. Regels die afwijken van die in het Engels zijn hinderlijk en ze blijven in plaats van ‘dus’ hardnekkig ‘zo’ zeggen. Onze taal ‘makes no sense’, vinden ze vaak. Ook vandaag. Het gaat over ‘een gesprek voeren’. ‘Wat betekent dat voeren’, wil de Pakistaan in de groep weten. Altijd weer die vragen waar je niet op voorbereid bent. Het betekent gewoon ‘to have a conversation’, zeg ik geduldig. Ja maar waarom staat er dan voeren? Wat betekent voeren? Een van de anderen begint het al op te zoeken op zijn telefoon. Ze zijn er niet altijd van overtuigd dat ik mijn eigen taal goed ken. Om het ingewikkeld te maken, laat ik mij ontvallen dat je in het Nederlands ook best gewoon een gesprek met iemand kunt ‘hebben’. Wat is dan het verschil met een gesprek voeren? ‘Eigenlijk geen’, graaf ik mij dieper in. Intussen is het woord op de telefoon gevonden: voeren betekent eten geven. Monden vallen open, gezichten kijken me ontzet aan. Wat is dat toch met die idiote taal van jullie? zie je vooral de Engelsman in de groep denken. Wanhopig fronst hij de wenkbrauwen.

De man uit Moldavië

vraagteken 9Hij komt uit Moldavië, spreekt Engels met een prachtige Russisch klinkende L en is altijd present. Al vanaf niveau A1 heb ik hem in de groep, en we zijn inmiddels toe aan de cursus op niveau B1. Hij is het niet eens met onze taal. En vaak ook niet met mij. Waar hij vooral dol van wordt, is dat we in het Nederlands steeds met strenge regels komen, maar dat we daar voortdurend van afwijken. Voor een computerprogrammeur en logisch denker als hij is dat zwaar te verteren. En hij wil elke zin exact kunnen ontrafelen. Wat betekent ‘nog eens’ in de zin ‘Hij had nooit gedacht dat hij nog eens in Nederland zou terechtkomen’, wil hij weten. Om zijn lippen een milde glimlach, maar ook die priemende kritische blik: kom maar door met je verklaring. Volgens mij denkt hij dat ik mijn eigen taal niet goed beheers als ik weer eens niet exact in het Engels duidelijk kan maken wat het betekent. ‘Het betekent eigenlijk niks’, zeg ik met eenzelfde glimlach, maar zo gemakkelijk kom ik er niet mee weg. ‘Je kunt het ook weglaten’, probeer ik nog, maar het betekent iets als ‘some day’. Ja, dat snapt hij; daar is het woordje ‘eens’ voor bedoeld. Maar wat doet de toevoeging ‘nog’ daar dan bij? Again? Ik haal een beetje hulpeloos mijn schouders op. Nee, again betekent het hier niet. En alleen ‘eens’ kan niet, ‘nog’ moet erbij. Het wordt er niet duidelijker op. Hij helpt me uit de brand: maakt zo’n toevoeging de waarschijnlijkheid kleiner dat zoiets zou gebeuren? Ja, ik denk het. Laten we het daar maar op houden. Fijne taal, dat Nederlands.

 

 

 

Bachelor

vraagteken roodDe cursisten B1 zijn toe aan het hoofdstuk over het onderwijs in Nederland. De opdracht is: praat met z’n tweeën over wat je belangrijk vindt in het hoger onderwijs. Ik hoor dat de gesprekken al snel gaan over het onderwijs dat ze zelf hebben genoten. Als ze even niet op een woord kunnen komen, checken ze het snel in een of andere vertaal-app. Dat gaat nog sneller dan het mij even vragen. Ineens spits ik mijn oren: wat zegt de Portugees daar nou? Heeft hij zijn vrij-géezel gehaald? Wat bedoelt hij? Ineens gaat er een lampje branden: zo’n vertaal-app kan knap verwarrend zijn.

Gedonken

vraagteken 4Sterke werkwoorden bezorgen de NT2-leerder menig hoofdbreken. En niet alleen hem. Ik herinner me nog mijn zoontje van toen 3, die verontwaardigd riep: ‘Mama hij slaade mij!’ Ik lachte, keek hem aan, en vroeg: ‘slaade’? ‘Oh nee!’, riep hij bijna verschrikt, en zijn hersenen gingen bijna zichtbaar koortsachtig aan het werk. Hij begreep het al: we hadden hier te maken met een sterk werkwoord en dat vereiste een radicale omslag in de klank. Dus hij verbeterde zich snel: ‘slieg!’ Bijna goed. Ik moet daaraan denken als een van de cursisten van vanavond een dergelijke vondst doet. Het systeem kent voor hem bijna geen geheimen meer en hij heeft er duidelijk goed over nagedonken.

In verband met wat?

uitroepteken met drieDe cursisten in de B1-groep hebben er vandaag niet heel veel zin in. De zon schijnt uitbundig en dat doet hij niet zo vaak in Nederland, weten ze inmiddels. De sfeer is wat lacherig dus ik zal ze vanavond niet met ingewikkelde grammatica lastigvallen en ze maar zo veel mogelijk met elkaar laten praten. In het Nederlands uiteraard. Ik kies een oefening waarbij ze elkaar vragen moeten stellen. De antwoorden moeten steeds het woord bevatten dat achter de vraag staat. Een van de vragen is: Waarom moet jij vandaag naar de politie? In het antwoord moet ‘ondervragen’ worden gebruikt en een cursist uit Oekraïne komt er maar moeilijk uit. Dat verbaast me een beetje. Ben ik wel een goede docent, vraag ik me af. Het zou er zo langzamerhand wel wat vlotter uit mogen komen. Maar het antwoord waar hij mee komt kan ermee door: “omdat de politie me ondervragen wil.” De Pool naast hem reageert onmiddellijk, kijkt zijn buurman met opgetrokken wenkbrauw aan en vraagt op barse toon: “In verband met wat?!” waarna ze beiden in de lach schieten. Ik doe met ze mee; zulk feilloos Nederlands horen we niet vaak in deze les.

Moeilijke vragen

vraagteken 12Met een grote glimlach maar ook met opgetrokken wenkbrauwen kijkt de Portugees me aan. Verwachtingsvol. Hij wil best geloven dat het goed is hoor, wat ik daar zeg, maar waarom? Waarom zeg je bij de fietsenmaker: ‘Het zijn oude banden’? Er zijn toch twee banden? Ik begrijp de vraag eerst niet. Tot ik me realiseer wat hij bedoelt. Het woordje ‘het’ is niet op zijn plaats, vindt hij. Want ‘het’ is enkelvoud en banden zijn meervoud, dus dat is gek. In het Engels zeg je toch ook niet: it are old tires? Nee, dat klopt. Ik bevind me weer in de groep met internationale computerdeskundigen en meer dan wie ook willen zij weten wat de logica is. En weer weet ik het niet. Waarom mag dat eigenlijk? Ja, best gek nu je het zegt. Maar ja, het mag toch. Waarom? Ik zeg maar weer wat ik al zo vaak gezegd heb in deze groep: omdat Nederlands nu eenmaal geen vertaald Engels is. Sorry.

Waarom geen ‘hij wilt’?

vraagteken 4Hij is mijn beste cursist in deze groep en hij komt uit Moldavië. Vastbesloten het Nederlands zo snel mogelijk onder de knie te krijgen, dus hij kent de regels al voordat ik ze überhaupt heb uitgelegd. Hij wilt, heeft hij in zijn huiswerkopdracht geschreven, en ik heb een streep door de -t gehaald. Verbaasd meldt hij zich bij me. Hoe zit dit? Is de regel bij zwakke werkwoorden niet dat je in de 3e persoon enkelvoud een -t achter de stam zet? Juichen – hij juicht, waaien – het waait. Waarom streep ik die -t achter wilt nu dan door? Hij roept me nog net niet streng ter verantwoording, maar het scheelt weinig. Alweer een uitzondering op alweer een regel, lach ik verontschuldigend. Maar hij vertrouwt het maar half en kijkt me onderzoekend aan: ken ik mijn eigen taal eigenlijk wel goed genoeg? Ik kom het steeds vaker tegen, en niet alleen bij buitenlanders. Ook Nederlandse studenten tonen zich in toenemende mate verbaasd als ik ze erop wijs dat hij wilt echt fout is. Huh? En natuurlijk kan ik dan verwijzen naar de historie. Lange tijd bestond er geen tegenwoordige tijd van het werkwoord willen. De enige vorm die er was, was hij wille. En dat betekende: hij zou willen, hij wenst. Later is Hij wil pas ontstaan. Een restje van hij wille. Maar waarom is dat in 2015 nog altijd reden om de -t weg te laten? Steeds meer jongeren gaan er niet meer in mee. En zoals dat gaat met taal: op een dag is Hij wilt goed. Maar dat kan nog wel 100 jaar duren. Voorlopig moet mijn Moldavische cursist onze inconsequentie nog maar even accepteren.