E-training NT2

Zit een medewerker van u al op niveau A2 of hoger en zijn er nog bepaalde kwesties in de Nederlandse taal die hij of zij graag nog wat beter zou beheersen? Wil hij zijn beheersing van het Nederlands wat verhogen? Dat kan bij ons, met lessen per e-mail.  Er zijn twee trainingen en beide trainingen bevatten 8 lessen. De ene training gaat over zinsbouw en grammatica, de andere training over woordkeuze en woordgebruik. De cursist kiest gewoon alleen de lessen die hij nodig heeft. Dus beheerst hij of zij een bepaalde kwestie al goed? Dan slaat hij die les over. Levert een andere kwestie je nog wel eens problemen op? Dan doet hij die les wel. Een cursist kan met een les beginnen wanneer hij maar wil: een simpel mailtje ter aanmelding is voldoende. De kosten: 55 euro per les (66,55 incl. btw).

Dit zijn de lessen van de twee trainingen:

A: NT2-lessen Grammatica en zinsbouw

Les A1:  Vraagwoorden/vragen formuleren. Hoe vorm je een vragende zin en welke vraagwoorden kun je daarbij gebruiken? Waarom is het Jij komt vandaag maar ook Kom jij vandaag?

Les A2: De woordvolgorde in hoofdzinnen en bijzinnen + conjunctie (gebruik van voegwoorden als toen, omdat, want, als, hoewel, zodat, etc.) Ik kom niet omdat ik ziek ben, Ik kom niet want ik ben ziek. Waarom is die woordvolgorde zo ingewikkeld?

Les A3:  Vervoeging van regelmatige werkwoorden (met ’t kofschip of ‘soft ketchup’): is het nou hij houdt of hij houd? Ik word of ik wordt? Wanneer komt er wel of geen –t achter de stam van een werkwoord? Hoe zet je regelmatige werkwoorden in de verleden tijd? En: de imperatief (gebiedende wijs): doe dit, doe dat, kom hier, komt u maar, etc.

Les A4:  Vervoeging onregelmatige werkwoorden imperfectum en perfectum: Waarom heb je iets gedaan maar ben je ergens geweest? Wanneer zeg je ik deed en wanneer ik heb gedaan? Hoe vorm je de verleden tijd in onregelmatige werkwoorden en wat betekent het als een voltooid deelwoord ‘bijvoeglijk’ gebruikt is?

Les A5:  Vervoeging werkwoorden participium (voltooid deelwoord) en de vorming van passieve zinnen.  Het werk wordt gedaan, is gedaan of zal gedaan worden. De lijdende vorm is ingewikkeld maar wel belangrijk.

Les A6:  Gebruik van infinitieven in de zin, bijvoorbeeld met modale werkwoorden, of met te of aan het (we kunnen eten, dat hoeven we niet te doen, we willen ons haar laten knippen, we zijn aan het lezen, etc.)

Les A7:  Gebruik van het woordje er en daar. Welke functies kan het woordje er allemaal hebben, wanneer kun je ook daar gebruiken en waar moeten die woordjes in de zin staan? (ik ben er al, hij komt eraan, ik heb er drie, ik hou er/daar niet van, etc.)

Les A8:   Veel gebruikte uitdrukkingen en gezegden in het Nederlands (je moet wel aan de bel trekken, dat slaat helemaal nergens op, je weet nooit hoe een koe een haas vangt, we zetten de schouders eronder, ammehoela! etc.)

B: NT2-lessen Woordkeuze en woordgebruik

Les B1: Preposities: op, tussen, onder, achter, etc: wat betekenen ze en hoe gebruik je ze? Ook in vaste uitdrukkingen als: we rekenen op, we geven iets aan, je bent zwanger van, etc.

Les B2: Personaal pronomen/possessief pronomen/objectvorm (ik, jij, hij etc. maar ook me, mij, mijn, jouw, ons, onze, hun, hen, etc.)

Les B3: Substantieven: pluralis, verkleinwoord en adjectief/comparatief.  Het- en de-woorden, hoe vorm je de pluralis (jongens, boeken) en het verkleinwoord (gangetje, lampje, stoeltje)? Hoe ziet het bijpassende adjectief eruit? (Het mooie huis, een mooi huis, een mooier huis, het mooiste huis, etc.)

Les B4: Negatie. Hoe maak je de zin negatief of ontkennend? Door het gebruik van geen of niet. Waar komen die woorden in de zin te staan en wanneer kies je de ene of de andere?

Les B5:  Gebruik van het betrekkelijk voornaamwoord (waarvan, met wie, hetgeen, etc.), en het aanwijzend voornaamwoord (die, dit, dat, deze)

Les B6:   Reflexieve (=wederkerige) werkwoorden en de reflexieve pronomina (zich gedragen, ik gedraag me, hij geeft zich ergens voor op, etc.)

Les B7:  Scheidbare werkwoorden en de woordvolgorde (oprichten, uitlachen, etc.: ik richt een bedrijf op, ik lach mijn vriend nooit uit, ik zou je nooit uitlachen, ik heb hem nooit uitgelachen, etc.)

Les B8:  Gebruik van zullen/zouden. Niet alleen in de futurum maar ook op andere manieren. (Zullen we gaan eten? Ik zou wel rijk willen zijn, Morgen zal het beter zijn, ze zouden komen maar het gaat niet door, etc.)

Elke les bestaat uit een deel theorie/uitleg en uit een deel met oefeningen. Die oefeningen maakt de cursist en mailt hij aan TaalGlobaal. Hij krijgt ze terug met feedback en uitleg en daarna krijgt hij de volgende les. Een cursist kan net zoveel lessen doen als hij wil, in het tempo dat hij zelf kiest.

Beginnen? Mail naar info@taalgewoon.nl met welke lessen (noem de A- of de B-nummers) en de cursist kan starten.